De ontwikkeling van de Hindelooper schilderkunst

  1. Opkomst 1696-1810
  2. Neergang 1810-1877
  3. Revival 1880

De behoefte om de leefomgeving te versieren bestaat al zo lang als de mensheid. De eerste grotschilderingen met geschilderde dieren, mensen en symbolen zijn daar prachtig bewaarde voorbeelden van.

In de achttiende eeuw neemt het decoratieschilderen, met name op het platteland, een grote vlucht. Overal in Europa, Noorwegen, de Alpenlanden, de Zaanstreek en niet in de laatste plaats in de Friese Zuidwesthoek in plaatsen als Hindeloopen, worden gebruiks- en siervoorwerpen verfraaid met schilderwerk. Het is soms gecombineerd met houtsnijwerk. De motieven bestaan voornamelijk uit bloemen, ranken en krullen, vogels, dieren, allegorische vrouwfiguren (om abstracte begrippen als geloof, hoop en liefde uit te beelden) en Bijbelse of profane (wereldse) voorstellingen. Ze worden vaak ook ontleend aan voorwerpen die men leert kennen door de internationale contacten.

Voor Hindeloopen ligt het begin van dit alles aan het eind van de zeventiende eeuw. De stad is welvarend dankzij de houtvaart op Noorwegen. Ondanks het feit, dat de stad niet over een zeehaven beschikt, telt de vloot vele tientallen fluitschepen. Ze hebben Amsterdam als thuishaven. Hindelooper grootschippers varen vandaar in opdracht van Amsterdamse reders.

Het Amsterdam van toen is een wereldhaven, een op- en overslagplaats van producten, die vanuit het verre Oosten worden aangevoerd. Een stad vol uiterlijk vertoon van de toen heersende mode, de uit Italië overgewaaide Renaissance.

Regelmatig steken de Hindelooper vrouwen met het beurtschip de Zuiderzee over om hun mannen in Amsterdam op te halen of uit te wuiven. Daar zien zij de uitheemse rijkdommen, die door de Verenigde Oostindische Compagnie worden aangevoerd. Vooral voor het Chinese porselein en de fraai gedecoreerde katoenen stoffen uit Voor-Indië (sitsen en bonten) tasten ze graag diep in de buidel. Samen met de ‘souvenirs’ die van overzee worden meegebracht, beïnvloedt het hun smaak en levert het de inspiratie voor verdere verfraaiing van hun interieur.

 

1. Opkomst 1696-1810

Een inventarisatie van bewaard gebleven achttiende-eeuws schilderwerk levert voorwerpen op met dateringen tussen 1696 en 1810. Dat werk wordt naar alle waarschijnlijkheid geproduceerd door ambachtslieden in kleine (eenmans)bedrijfjes. Schilders zijn in de achttiende eeuw van vele markten thuis. In het zomerseizoen verdienen ze de kost als huisschilder. Daarnaast imiteren ze hout op kerkbanken en in interieurs, maken marmerimitaties en ‘zetten’ ze letters. Tijdens stille perioden of in opdracht houden zij zich bezig met het decoratieschilderwerk.

In de belastingboekhouding (de Quotisatiecohieren) voor de heffing van 1749 telt Hindeloopen 1600 inwoners. Op het totaal van de beroepsbevolking worden er vier schilders met een ‘sober bestaan’ en één schilder die ‘de cost kan winnen’ genoteerd. Een grote concentratie in een klein stadje. Nergens anders in de Friese zuidwesthoek vind je verder ‘schilders’ (= ‘kunst’schilder); er is daar alleen maar sprake van ‘verfers’ of ‘verwers’ (= huisschilder).

 

2. Neergang 1810-1877

De vierde Engelse oorlog (1780-1784) en de Franse overheersing (1795-1813) brengen, vooral in de eerste helft van de negentiende eeuw, veranderingen in de economie. Hindeloopen wordt een ‘dood’ Zuiderzeestadje. Rond 1850 is er van het stadje, de pronkkamers en de klederdracht niet veel meer over. Het erfgoed dreigt verloren te gaan, verspreid te worden over musea en particulieren of voorgoed in het haardvuur te verdwijnen.

 

3. Revival 1880

In de tweede helft van de negentiende eeuw gloort er hoop voor de Hindelooper wooncultuur. Als reactie op de snelle industrialisatie herleeft de belangstelling voor het ambacht.

S.O. Roosjen en N.D. Kroese brengen onder leiding van de Leeuwarder oudheidkundige Wopke Eekhoff in 1855 met hun Merkwaardigheden van Hindeloopen het cultuurgoed van het stadje onder de aandacht. De tijd van de grote tentoonstellingen breekt aan. De Historische Tentoonstelling van Friesland in het Leeuwarder stadhouderlijk hof, georganiseerd door het Friesch Genootschap ter gelegenheid van zijn 50-jarig bestaan in 1877, trekt 38.000 betalende bezoekers. De, uit restanten bij elkaar gesprokkelde, Hindelooper kamer is het meest besproken onderdeel van de expositie. Hij heeft in hoge mate bijgedragen aan het kassucces van de tentoonstelling. Musea uit de hele westerse wereld gaan voorbeelden van Hindelooper woon- en kledingcultuur verzamelen

Het oude Hindeloopen staat opeens volop in de schijnwerpers. Er volgen meer exposities, meer successen en er wordt weer geschilderd. Arend Roosje is de eerste, die het oude ambacht professioneel oppakt. Voor een Leeuwarder tentoonstelling in 1887 zendt hij een door hem beschilderd en besneden naaikistje in. W.J. van Welderen baron Rengers herkent zijn talent en om Roosje te stimuleren financiert hij voor hem een studie aan de Haagse tekenacademie. Arend volgt ook tekenlessen in Alkmaar en Haarlem, maar maakt de studie niet af: “Hij houdt er niet van op andermans beurs te leven.” In 1894 begint hij zijn eigen werkplaats in Hindeloopen. Daar werkt uiteindelijk een aantal schilders. En Arend geeft er les in schilderen en tekenen.

De revival is begonnen. Een aantal jaren later volgt de familie Sikkens en in 1920 de Hindelooper Meubelfabriek “Hielpen Vöruut” N.V. H. Amsterdam. Enige tijd daarna handelaar/schilder W. Glashouwer en vervolgens in de loop van de 20e eeuw meerdere werkplaatsen, voor korte of langere duur.

In 2016 zijn er vier Hindelooper schildersbedrijven actief.
Roosje Hindeloopen  http://roosjehindeloopen.com/
Atelier Glashouwer    http://hindeloopen.com/nl/
Bedrijf Bootsma         http://www.hindelooperschilderkunst.nl/home/
Iekoon store               https://www.facebook.com/Iekoon-store-526394030721330/