Lezingen

Lezingen in het seizoen 2018 - 2019

Zondag 4 november 2018 - 15.00 uur

Trekschuiten, beurtschepen en binnenvaart

Meindert Seffinga, directeur van het Fries Scheepvaartmuseum te Sneek, heeft zich verdiept in de geschiedenis van het binnenlandse personen- en goederenverkeer over water. De trekschuit speelde hierin een grote rol. Het was een uniek vervoermiddel en de steden hadden er veel geld voor over om een trekschuit te laten varen. Hij groeide in de 17e eeuw uit tot een uiterst efficiënte en betrouwbare vorm van openbaar vervoer. Er werden trekvaarten gegraven tussen de Hollandse steden, waardoor in betrekkelijk korte tijd een uitgebreid net van trekschuitverbindingen tot stand kwam. De eerste trekschuit in Friesland werd in 1646 geïntroduceerd en voer tussen Harlingen en Leeuwarden.
Beurtschepen waren vergelijkbaar met trekschuiten. Ook zij vervoerden passagiers volgens een dienstregeling en langs een vast traject. Daarnaast namen ze eveneens vracht, post en vee mee. Samen vormden ze de infrastructuur, die groei en welvaart mogelijk maakten in de waterrijke gewesten Holland en Friesland in de 17e en 18e eeuw. Bij de beurtvaart zal Seffinga ook aandacht besteden aan de beurtdiensten vanuit Hindeloopen. De lezing is een herhaling van 21 januari jl.

De zeilende binnenvaart speelde daarnaast eeuwenlang een belangrijke rol in het vervoer van vracht. Bijna elk dorp in Friesland was in de 19e en het begin van de 20e eeuw via het wijdvertakte vaarwegennet per schip bereikbaar. Maar waren de Friese binnenschippers ook beurtvaarders? En hoe leefden en werkten ze aan boord van hun schip?

Op al deze vragen zal Meindert Seffinga ingaan tijdens zijn lezing.
Aanmelden gewenst: t/m 3 november via tel. 0514 521420 of info@museumhindeloopen.nl.
 
 
Zondag 25 november 2018 - 15.00 uur

Het Hindeloopen van Joost Halbertsma: blauwdruk van een burgerbeschaving

Dominee Joost Hiddes Halbertsma (1789-1869) was Fryslân met hart en ziel toegedaan. Geboren in Grou, in 1822 als dominee naar Deventer vertrokken, bleef hij zich interesseren voor de Friese geschiedenis, zoeken naar oude verhalen en onderzoek doen naar oude culturen. Zijn huis begon steeds meer op een museum te lijken doordat hij alles verzamelde wat met de Friese identiteit te maken had.
 
In 1816 trouwde hij met Johanna Hoekema van Sate Westerein uit Workum. Het echtpaar logeerde elk jaar wel een paar weken op de boerderij, niet ver van Hindeloopen. Halbertsma raakte gefascineerd door de aparte cultuur van deze oude stad. Via familie en kennissen kreeg hij allerlei soorten Hylper kleding, Hylper teksten, verhalen en anecdotes over bijzondere gebruiken en personen overgeleverd. Dit gebruikte hij voor zijn onderzoek naar de beschaving van Hindeloopen, een beschaving van ondernemende burgers, die zijn bloeitijd had gehad.
 
In handschriften beschreef hij bijzonderheden over Hindeloopen, de gewoonten rond het vrijen, trouwen en sterven, St. Nicolaas en andere feesten. Hindeloopen was zijn referentiekader voor onderzoek naar andere beschavingen: ‘Hindeloopen toont in het klein hoe het met een staat in het groot gaat’, aldus Halbertsma. Hij schonk zijn verzameling, bestaande uit kleding, een uniek boek met ‘Hylper’ stofstalen,  voorwerpen, tekeningen en notities in 1855 aan de provincie Friesland. Deze schenking vormde later de basis voor het Fries Museum.
 
Alpita de Jong, die een biografie over Halbertsma schreef, vertelt in haar lezing wat Halbertsma in zijn handschriften optekende over Hindeloopen. Ze laat foto’s zien van wat hij aan de provincie Fryslân overdroeg. Ook zal ze aandacht schenken aan enkele biografische bijzonderheden die ze de afgelopen jaren op het spoor is gekomen, zoals de knottedoek van zijn overgrootmoeder die hij aan koning Willem II opstuurde.